EHDS, de stand van zaken

De EHDS is work in progress. Het raamwerk is in 2025 goedgekeurd, maar de implementing acts, die de specificaties bevatten waar de software aan moet voldoen, komen volgtijdelijk uit. Bovendien is ook nog niet duidelijk hoe het valideren van systemen in zijn werk gaat. Het zijn twee van de vele onderwerpen die aan de orde komen op het IHE-jaarcongres.

Voor ICT-ers zijn er twee hele belangrijke implementing acts, die toevallig beide op het punt van publicatie staan. Implementing act 15 gaat over het dataformaat en wordt in oktober van dit jaar gepubliceerd. Implementing act 36 gaat over de eisen waaraan EHR-systemen moeten voldoen, deze wordt naar verwachting in december gepubliceerd. 

René Spronk, trainer met als specialisme interoperabiliteit in de zorg, bespreekt tijdens het IHE-jaarcongres op 5 november deze beide implementing acts, evenals een overzicht van de status van de overige implementing acts en de FHIR-implementatiehandleidingen. 

Hoe bewijs je als ICT-leverancier EHDS conformance?

Vanaf 2029 moeten systemen die patiëntinformatie bevatten voldoen aan de EHDS. Nederland tuigt een Nationaal Test- en Validatiecentrum (NTV) op waar leveranciers zelf hun software kunnen testen en valideren. De grote vraag is: tegen welke eisen wordt die software getest? En hoe druk je als leverancier uit dat je aan de eisen voldoet? Waar IHE een heldere beschrijving geeft waar systemen aan moeten voldoen (de IHE-profielen) en waar leveranciers tijdens een Connectathon kunnen testen of alles werkt zoals is bedacht, is bij de EHDS nu nog niet volledig duidelijk welke eisen worden gesteld en hoe het valideren in zijn werk gaat.

René ziet in zijn werk als trainer dat veel mensen denken: ‘ik moet voldoen aan een setje FHIR-implementatiegidsen’. Die aanname is echter grotendeels onjuist. De implementing act behorende bij Artikel 36 van de EHDS beschrijft het conformancemechanisme. Daaruit blijkt dat de FHIR-implementatiehandleidingen op Europees niveau formeel niet normatief zijn. Het ligt allemaal een stuk genuanceerder. 

Secundair gebruik van data

Een ander heikel punt is het secundaire gebruik van data. In de berichtgeving over de EHDS lijkt er vaak een harde knip te zijn tussen primair gebruik van data (de interoperabiliteit betreffende de zes datacategorieën) en secundair gebruik. Dat laatste is het terrein van onderzoekers, zo is de algemene gedachte, en daar hebben artsen – en daarmee ook de EHR-systemen waar zij mee werken – weinig mee te maken. ‘Oké, de EHR-systemen moeten data kunnen uitwisselen met onderzoekers, maar dat wordt al afgetikt omdat de systemen aan de eisen voor primary use moeten voldoen’, zo denken velen. Maar die denkwijze is fout, zo betoogt René. Want secundair gebruik gaat niet slechts over de zes datacategorieën die zijn aangewezen voor interoperabiliteit, maar over maar liefst 17 brede datacategorieën. Iedere zorgorganisatie van meer dan 10 FTE moet een metadatabeschrijving maken welk type gegevens in haar systemen worden verwerkt en moet deze data voor secundair gebruik beschikbaar stellen als daarnaar wordt gevraagd. Dit geldt dus ook voor het merendeel van de huisartsen, tandartsen, fysiotherapiepraktijken en ga zo maar door. Waar academische ziekenhuizen zelf capaciteit zullen vrijmaken voor deze taak – zij zijn immers zelf grootverbruikers van secundaire data – zullen alle andere zorgverleners, ook het merendeel van de perifere ziekenhuizen en aanbieders van langdurige zorg, deze taak willen uitbesteden aan hun ICT-leverancier, al dan niet in samenwerking met trusted third parties. Dus ook leveranciers van EPD- en ECD-systemen krijgen te maken met de eisen voor secundair datagebruik. Wil je weten welke eisen dat zijn en waar je aan moet denken, bezoek dan de sessies van René Spronk tijdens het IHE-jaarcongres op 5 november. 

Deelnemers

Agfa Healthcare

Categorie:

Leverancier

Locatie:

Rotterdam

Alphatron Zorgverbinders

Categorie:

Leverancier

Locatie:

Rotterdam

Amphia

Categorie:

User

Locatie:

Breda